Biomassa ≤ 2MW

Voor biogasinstallaties met een elektrisch vermogen dat kleiner of gelijk is aan 2 MW dient er jaarlijks een meetrapport te worden ingediend. Daarbij dient een toegelaten meetbedrijf het vooraf opgestelde meetprotocol goed te keuren. Leest u eerst onderstaande informatie, vervolgens kunt u uw installatie aanmelden.

Verzoek tot vaststelling en meetprotocol
Gaat u een nieuwe biogasinstallatie bij CertiQ aanmelden, dan dient u naast uw ‘verzoek tot vaststelling’ (aanmelding) ook een meetprotocol in bij CertiQ. Het is belangrijk om dit tijdig te doen: het meetprotocol moet uiterlijk de laatste dag vóór de ingangsdatum van het verzoek tot vaststelling schriftelijk zijn goedgekeurd (d.w.z. ondertekend en gedateerd) door een erkend meetbedrijf. Is de startdatum van de inschrijving van uw installatie bijvoorbeeld 1 januari, dan moet het meetprotocol uiterlijk schriftelijk zijn goedgekeurd op 31 december.

Opstelling en goedkeuring meetprotocol
Als eigenaar van een biogasinstallatie bent u vrij in de keuze wie het meetprotocol opstelt. Het goedkeuren van het meetprotocol mag uitsluitend door een erkend meetbedrijf gebeuren.

Inhoud meetprotocol
In het meetprotocol wordt een korte beschrijving van de totale installatie gegeven; welke energiestromen er zijn en hoe deze energiestromen worden gemeten. In de meeste gevallen is het van belang dat wordt vastgesteld dat geen aardgas wordt ingevoed. Inhoudelijke eisen:

  • Een beschrijving van de eigenaar, locatie en aansluitingen, met daarbij de juiste EAN-codes van zowel de aansluiting als de unieke zogenaamde 'groene' EAN-code, die u opvraagt bij uw netbeheerder;
  • Een overzicht van de verschillende installaties die onderdeel uitmaken van de productie-installatie;
  • De wijze van meten, een beschrijving van de nauwkeurigheid en indien van toepassing de benodigde correcties;
  • De gegevens van het toegelaten meetbedrijf, hoe de meetdata gecollecteerd, gevalideerd en opgeslagen wordt.

Instructie en voorbeeld meetprotocol 
Nadere instructies en een voorbeeld vindt u in onderstaande links:

Geldigheidsduur meetprotocol
Een meetprotocol heeft een geldigheidsduur van vijf jaar. Zijn er binnen deze termijn van vijf jaar belangrijke wijzigingen aan de metingen of de productie-installatie zelf, dan moet u deze tijdig doorgeven aan het meetbedrijf. Indien nodig zal het meetprotocol hierop aangepast worden.

Meetprotocol los van MEP/SDE-subsidie
Zolang u Garanties van Oorsprong wilt ontvangen voor de door uw installatie geproduceerde elektriciteit, bijvoorbeeld omdat u deze verkoopt aan een handelaar, is het noodzakelijk dat u een geldig meetprotocol heeft. Dit staat los van een eventuele subsidiebeschikking van RVO.

Rapportage eisen
Check eerst welke rapportage-eisen er gelden voor uw installatie.

Jaarlijks meetrapport 
In het meetrapport wordt over het voorgaande kalenderjaar gerapporteerd. Het meetrapport moet uiterlijk vier maanden na afloop van ieder kalenderjaar worden ingediend bij CertiQ (d.w.z. jaarlijks uiterlijk 30 april). Daarin wordt per maand aangegeven in welke verhouding de brandstoffen hebben geleid tot elektriciteit. In de meeste gevallen is dat 100% biogas uit vergisting. Daarnaast wordt voor vergisters de hoeveelheid ingaande biomassa gerapporteerd.

De nadere eisen voor het meetprotocol en de meetrapporten met betrekking tot de controle op biogasinstallaties vindt u in de meetvoorwaarden (bijlage 2B van de Regeling garanties van oorsprong voor energie uit hernieuwbare energiebronnen en HR-WKK-elektriciteit).

Download hieronder het voorbeeld meetrapport dat op uw situatie van toepassing is:

Registreren