Bewijs voor de bron, van elektriciteit tot certificaten

Aan elektriciteit die uit een stopcontact komt, is niet af te lezen of de bron ervan duurzaam is of niet. CertiQ maakt onderscheid tussen grijze en groene stroom door beide vormen te certificeren.

Het verifiëren van de oorsprong van energie werkt als volgt:

  1. De (regionale) netbeheerder of het meetbedrijf meet de hoeveelheid elektriciteit/warmte die door de installatie van de producent is opgewekt. 
  2. De netbeheerder geeft de door hem verzamelde meetgegevens door aan CertiQ, meestal maandelijks. 
  3. De meetgegevens worden omgezet in Garanties van Oorsprong of Disclosure certificaten en bijgeboekt op de certificatenrekening van de handelaar die de producent heeft aangewezen.

Digitaal verstrekt
Garanties van Oorsprong (GvO's) en Disclosure certificaten worden digitaal aangemaakt. Er is dus geen sprake van een papieren certificaat, zoals de naam wellicht doet vermoeden. De handel in de twee type certificaten gebeurt ook digitaal. De certificatenrekening bij CertiQ waar de certificaten op worden geboekt, is vergelijkbaar met een bankrekening en de handel is vergelijkbaar met het digitale systeem van internetbankieren.

Handel in Garanties van Oorsprong en Disclosure certificaten
Garanties van Oorsprong (GvO’s) voor duurzame energie en de Disclosure certificaten, die als bewijs dienen voor energie die is opgewekt uit fossiele bronnen, staan op de certificatenrekening van een handelaar. De handelaar kan certificaten overmaken naar andere handelaren, maar hij kan er ook voor kiezen om Garanties van Oorsprong te gebruiken als bewijs van levering van duurzame elektriciteit en Disclosure certificaten als bewijs van levering van grijze elektriciteit aan een eindverbruiker. De handelaar kan verder certificaten intrekken, of GvO’s afboeken om grijze stroom te ‘vergroenen’.