Verhuizing of overname van een duurzame productie-installatie

Gaat u verhuizen of neemt u een duurzame productie-installatie over, dan is het van belang een aantal zaken goed te regelen. Met name bij de overdracht van een biomassa-installatie is het belangrijk dat u onderstaande informatie doorneemt.

Verhuizen
U gaat verhuizen en neemt uw productie-installatie mee van uw huidige bedrijfspand naar uw nieuwe pand.

Ten eerste geeft u uw verhuizing door aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO); zij moeten goedkeuring geven voor het meenemen van uw subsidie. Daarna meldt u uw installatie bij CertiQ opnieuw aan op het nieuwe adres. In het stappenplan leest u wat u daarvoor moet doen. In het opmerkingenveld op pagina 7 geeft u aan dat u bent verhuisd en uw installatie heeft meegenomen. Geef hierbij ook uw oude adres aan. Uw netbeheerder ontvangt uw aanmeldformulier en controleert de vermelde gegevens. Klopt alles? Dan keurt uw netbeheerder uw Verzoek tot Vaststelling goed en geeft dit aan CertiQ door. U ontvangt van ons een bevestiging van inschrijving op uw nieuwe adres.

Verhuist u naar een pand met een productie-installatie en wordt u hiervan de nieuwe eigenaar? Of u gaat verhuizen en laat u de productie-installatie achter op uw oude woning?
In beide gevallen is het van belang dat u een Overnameformulier Deelnemersovereenkomst invult en ondertekent.
De Deelnemersovereenkomst is de overeenkomst die gesloten is tussen een deelnemer en CertiQ voor de deelname aan het E-Certificatensysteem van CertiQ. Bij de overdracht van een productie-installatie zal ook de Deelnemersovereenkomst moeten worden overgedragen.

De overname van de Deelnemersovereenkomst moet in eerste instantie onderling tussen de huidige en de nieuwe deelnemer schriftelijk worden vastgelegd. Dit kunt u doen door het volledig ingevulde Overnameformulier Deelnemersovereenkomst in te vullen. Deze verstuurt u vervolgens naar CertiQ (servicedesk@certiq.nl). Houdt u er rekening meer dat de verwerking van het formulier door CertiQ tot 10 werkdagen in beslag kan nemen. Na de goedkeuring zal er een bevestiging uitgaan naar de oude deelnemer en de nieuwe deelnemer. Pas hierna zullen vanaf de opgegeven datum alle rechten en plichten van de huidige deelnemer ten opzichte van CertiQ, op grond van de Deelnemersovereenkomst, overgaan op de nieuwe deelnemer.

Overgang van risico bij de overname van productie-installaties
Onderstaande informatie geeft enkele aandachtspunten met betrekking tot de risico's van rechten en verplichtingen die bij de overname van een productie-installatie kunnen ontstaan. Deze risico's volgen uit de Elektriciteitswet 1998 of uit de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit. Het is raadzaam om voorafgaand aan de overname, voor zowel de huidige als de nieuwe deelnemer, ten minste kennis te hebben genomen van het onderstaande op de punten waar het van toepassing is.

Het onderstaande is uitsluitend bedoeld als algemene voorlichting en geeft een aanduiding van mogelijke risico's die zich bij een overdracht kunnen voordoen. U bent altijd gehouden om zelf voldoende onderzoek te doen bij de overname of overdracht van een installatie. CertiQ dan wel TenneT kan op geen enkele wijze aansprakelijk worden gehouden voor schade die op wat voor wijze dan ook voortvloeit uit een overname of overdracht van een installatie.

Kijk bij de volgende vragen of ze op u van toepassing zijn. Onder elke vraag vindt u de daarbij horende toelichting van de mogelijke risico's.

Draagt, of neemt u ook het recht op subsidie over?
CertiQ geeft Garanties van Oorsprong (GvO's) uit voor opgewekte elektriciteit en warmte uit hernieuwbare bron. Deze GvO's kunnen onder meer worden gebruikt om subsidie te verkrijgen via de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO, voorheen AgentschapNL). Deze subsidie zal in maandelijkse voorschotten worden verleend aan de eigenaar van de installatie. 

CertiQ  geeft per jaar of per kwartaal (afhankelijk van het soort installatie en het vermogen daarvan) de meetgegevens door aan RVO. Die zal aan de hand daarvan de subsidie over het voorafgaande jaar bijstellen. Voor de wijze waarop dat gebeurt en wat de consequenties bij een overname zijn verwijzen wij u naar de informatie van RVO (http://www.rvo.nl/).

In het geval dat u een biomassa-installatie of een afvalverbrandingsinstallatie overneemt of overdraagt zijn er nog bijzondere omstandigheden die van invloed kunnen zijn in de jaren daarna. Hieronder wordt op deze specifieke omstandigheden ingegaan.

Neemt u een biomassa-installatie over?
Voor het certificeren van duurzame elektriciteit of duurzame warmte bij een biomassa-installatie draagt de eigenaar van de installatie de verantwoordelijkheid voor het jaarlijks opstellen van een rapport. Afhankelijk van het soort installatie dient dit rapport of, een door een erkend meetbedrijf opgezet meetrapport, of een door een externe accountant opgezet assurancerapport te zijn. 

Er zijn twee soorten biomassa-installaties waarbij een meetrapport moet worden opgesteld en géén assurancerapport:

  • Bij een biomassa-installatie waarin uitsluitend één naar zijn aard zuiver biogas wordt verwerkt én waarvan het nominaal elektrisch vermogen gelijk aan of kleiner is dan 2 MW. 
  • Bij een biomassa-installatie waar uitsluitend duurzame warmte wordt geproduceerd én waarvan het nominaal thermisch vermogen gelijk aan of kleiner is dan 3 MWth.

Bij een biomassa-installatie, anders dan hierboven genoemd én welke geen afvalverbrandingsinstallatie is, dient er een assurancerapport te worden opgesteld.

Het assurance- of meetrapport van een afgelopen kalenderjaar dient binnen 4 maanden na de afloop van dat jaar aan CertiQ te worden overgelegd. Bij overschrijding van deze termijn brengt CertiQ het aantal Garanties van Oorsprong (GvO's) in mindering met de formule;

(EHE / KM * OT) / 1 MWh

EHE is hier de hoeveelheid duurzame energie uit hernieuwbare energiebronnen opgewekt in de periode van het bedoelde rapport. KM is hier het aantal kalendermaanden in die periode. OT is het aantal overschrijdingstijdvakken van een dag tot een maand.

Indien het rapport niet volledig is, dient het te worden aangevuld. Hiervoor wordt door CertiQ een termijn gesteld. Ook bij overschrijding van deze termijn wordt het aantal GvO's in mindering gebracht aan de hand van de hiervoor vermeld formule.

Als de biomassa-installatie wordt overgenomen terwijl het assurance- of meetrapport van een afgelopen jaar nog niet is ingediend, dan is degenen die de installatie overneemt verantwoordelijk voor het indienen van het rapport en de correcte inhoud daarvan. 

U bent dus na het overnemen van een biomassa-installatie zelf verantwoordelijk voor nog in te dienen  rapporten van afgelopen kalenderjaren binnen de daarvoor gegeven termijn. Alleen zo kunt u voorkomen dat het aantal GvO's in mindering wordt gebracht, wat van invloed kan zijn op de hoeveelheid subsidie die aan u wordt verstrekt. Hiervoor dient u mogelijk de nodige kennis te hebben van de administratie van de degenen van wie u de installatie overneemt.

In het geval dat u een afvalverbrandingsinstallatie overneemt of overdraagt zijn er nog bijzondere omstandigheden die van invloed kunnen zijn in de jaren daarna.
Hieronder wordt op deze specifieke omstandigheden ingegaan.

Neemt u een afvalverbrandingsinstallatie over?
Bij een afvalverbrandingsinstallatie waar MEP- of SDE-subsidie op wordt ontvangen, draagt de eigenaar van de installatie de verantwoordelijkheid om over elk maand meetrapporten op te stellen.

Deze maandelijkse meetrappoten moeten dan uiterlijk twee maanden na afloop van het kwartaal waartoe de maand behoort worden ingediend bij CertiQ. Indien dit meetrapport niet of niet tijdig wordt ingediend bedraagt het rendement voor de betreffende maand 20% en ontvangt de producent voor de betreffende kalendermaand over de opgewekte duurzame elektriciteit Garanties van Oorsprong waarop geen gewogen maandelijks rendement is aangegeven.

Als de afvalverbrandingsinstallatie wordt overgenomen terwijl meetrapporten van een afgelopen kwartaal nog niet zijn ingediend, dan is degene die de installatie overneemt verantwoordelijk voor het indienen van deze rapporten.

U bent dus na het overnemen van een afvalverbrandingsinstallatie zelf verantwoordelijk voor nog in te dienen meetrapporten van een afgelopen kwartaal binnen de daarvoor gegeven termijn. Alleen zo kunt u voorkomen dat het gewogen rendement in mindering wordt gebracht. Hiervoor dient u mogelijk de nodige kennis te hebben van de administratie van de degenen van wie u de installatie overneemt.